Wat is er mooier dan muziek maken? Mijn grootste passies zijn zingen en gitaarspelen. Zingen doe ik denk ik al zolang als ik kan praten. Mijn vader en moeder zongen ook heel veel toen ik opgroeide, en zijn dat ook hun hele leven blijven doen. Als ik thuis was kon ik mijn moeder meestal wel horen. Gitaar spelen startte toen ik op mijn 17e gevraagd werd als zanger bij een bandje door een iets oudere klasgenoot, Edwin van de Broek. Hij was de gitarist, maar ik wilde niet met lege handen staan, dus ik kocht ook een gitaar. Ik herinner me nog de trip naar Den Bosch onder zijn leiding. De gitaar die ik toen kocht heb ik enkele jaren geleden aan mijn dochter gegeven die er met veel plezier op speelt. Net vorige maand hielp ik haar verhuizen naar een kamer en de gitaar moest uiteraard als eerste mee en opgehangen worden. Ik werd er warm van.

Vanaf het moment dat ik drie of vier akkoorden kon spelen ging ik ook meteen liedjes schrijven. Dichten deed ik al in die tijd, dus liedjesteksten kwamen vrij gemakkelijk. De eerste was ‘Tante Henk’, te schunnig om ooit serieus te spelen, maar goed voor bij het kampvuur. Vanaf die tijd schreef ik liedjes. Soms zelfstandig, maar vaker samen met anderen, bijvoorbeeld met Agali Mert (bijv. ‘Er zit een mot op de TV’) en in Delft met goede muzikanten zoals Hans Abbink (bijv. ‘Badwater’), Eric Meerburg en Martin Krijgsman waar ik mee in bandjes speelde. Simpel Zat en Krolsch waren de bandnamen.